Literatuur Jiří Kratochvíl: "Een bedroefde God" (Truchlivý Bůh)

Topic in 'Kunst & Literatuur' gestart door Ad Verschoor, 26-02-2019.

  1. Ad Verschoor

    Ad Verschoor Donateur

    Een bedroefde God - knižní tip

    Boekentip! U kunt zich in mei verheugen op de nieuwe vertaling van het boek ʻTruchlivý Bůhʻ (Een bedroefde God) van de hand van Jiří Kratochvíl. Het werd in het Nederlands vertaald door Tieske Slim en zal reeds spoedig uitkomen bij uitgeverij Kleine Uil. Bovendien organiseert het ČC Rotterdam op 12 april een boekpresentatie in Groningen.

    Een_bedroefde_God.jpg

    De familieclan van de Jordáns draait met elke politieke wind mee en dat legt ze geen windeieren. Bibliothecaris Aleš Jordán haat het schaamteloze opportunisme van zijn familie. Dat is gevaarlijk, want de familieclan zorgt er zelf voor dat ieder zwart schaap uitgeschakeld wordt.

    Aan het hoofd van de clan heerst tante Zieltje. Op haar sterfbed draagt ze de macht over aan uitgerekend Aleš. Op niet mis te verstane wijze geeft hij te kennen dat hij weigert in haar voetsporen te treden. Hoe kan Aleš de druk van zijn familie ontvluchten? Een bedroefde God is een spannende en absurdistische parabel over de onmogelijkheid om als individu te bestaan onder welk systeem dan ook. Kratochvil schreef de novelle als eerbetoon aan Kundera en Borges.

    Lees meer HIER
     
  2. Ad Verschoor

    Ad Verschoor Donateur

    Boekpresentatie in Groningen: Een bedroefde God

    U bent van harte uitgenodigd voor het literaire evenement dat georganiseerd wordt rond de publicatie van de Nederlandse vertaling van de postmoderne roman van Jiří Kratochvil ‘Truchlivý Bůh‘ (‘Een bedroefde God‘ in vertaling van Tieske Slim.)

    Het Tsjechisch Centrum Rotterdam en Uitgeverij kleine uil organiseren op 12 april 2019 in het honorair consulaat in Groningen de feestelijke presentatie van de Nederlandse vertaling van de roman.

    Het boek ‘Truchlivý Bůh‘ uit 2000 wordt vanwege zijn complexe manier van vertellen gerekend tot de postmoderne romans. Het verhaal volgt het lot van een familie uit Brno die een zeer sterk verbonden gemeenschap vormt en haast trekken van een religieuze sekte vertoont. Het hoofdpersonage is de bibliothecaris Aleš Jordán, die onvrijwillig wordt verkozen tot hoofd van de familieclan.

    „Na het voltooien van dit boek realiseerde ik me dat het eigenlijk een filmverhaal voor Stanley Kubrick of Roman Polański was geworden. Kubrick is echter al aan gene zijde en Polański is voor mij al even ontoegankelijk. Wat ik echter vele malen belangrijker vind, is dat dit verhaal over een doodgewone blibliothecaris die iets afschuwelijks overkomt, is geschreven als eerbetoon aan twee van mijn meesters, Milan Kundera en J. L. Borges“, aldus de laureaat van de Jaroslav Seifert prijs over zijn boek.

    Kijk voor meer informatie over de schrijver op de site van het Czech Literary Center.

    Plaats: Groningen
    Datum: 12 april 2019
    Georganiseerd door: Ceské centrum
     
  3. Ad Verschoor

    Ad Verschoor Donateur

    Mensen zijn slechts de verhalen waar goden van dromen

    De Tsjechische literatuur kent een aantal schrijvers die een magistraal oeuvre op hun naam hebben staan. De wereld is rijker en mooier geworden door boeken van Franz Kafka, Pavel Kohout, Ivan Klima, Karl Capek, Milan Kundera en de mogelijk grootste Europese schrijver ooit, Bohumil Hrabal, wiens oeuvre in stille eenzaamheid helemaal bovenaan de literaire Mount Everest staat, oorspronkelijk, glorieus, geniaal.

    Jiří Kratochvil grapt in een interview met het Tijdschrift voor Slavische literatuur: ‘Ik heb ongeveer veertig trouwe lezers,’ om zijn uitspraak direct te corrigeren: ‘In werkelijkheid gok ik dat ik zo’n drieduizend vaste lezers heb.’

    Inderdaad, zijn werk is niet een van het meest toegankelijke. In vergelijking met Milan Kundera die met zijn De ondraaglijke lichtheid van het bestaan de faam van een bestsellerauteur heeft verworven, is het werk van Jiří Kratochvil veel cryptischer, vol met mythische, sprookjesachtige elementen, een lichte hang naar magisch realisme, op het eerste gezicht zonder een duidelijke vorm of structuur. Kratochvil wordt bestempeld als een postmodernistische schrijver in de Tsjechische literatuur van de jaren negentig. Zelf is hij wars van alle pogingen om zijn werk in een bepaald hokje te duwen. Hij begon te schrijven in de jaren zestig, raakte echter snel in ongenade van de socialistische machthebbers en zijn boeken werden slechts uitgegeven via het illegale samizdat. Zoals praktisch elke dissidente schrijver heeft hij de kost moeten verdienen door manuele arbeid in eenvoudige baantjes. Pas na de omwenteling in 1989 werd zijn werk uitgegeven via officiële wegen.

    In Een bedroefde God volgt de lezer een periode uit het leven van de bibliothecaris Aleš Jordán. De Jordáns bezitten een zowel belangrijke als afstotende eigenschap: zij zijn in staat te overleven onder welk politiek bewind dan ook, door zich snel en zonder enig gewetensbezwaar aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.

    “…als we morgen zouden worden bezet door marsmannetjes, zouden jullie (de Jordáns) voor overmorgen allemaal groen zijn en gekrompen tot het formaat van een bierfles.”

    Aan het hoofd van de familieclan staat tante Zieltje die op haar sterfbed Aleš aanwijst als haar opvolger, een eer die niet geweigerd kan worden. Aleš haat het nietsontziende opportunisme van zijn familie en probeert zich aan de twijfelachtige eer te onttrekken, hetgeen niet eenvoudig blijkt te zijn. Een oud trauma speelt mee in zijn beslissingen, hoewel in de loop van het verhaal steeds onduidelijker wordt of het voorval echt was of een fantasieproduct van Aleš.

    Kratochvil maakt het de lezer niet makkelijk ondanks het feit dat hij zich in Een bedroefde God bedient van een voor zijn doen relatief eenvoudige taal. De interactie met de lezer wordt extra levendig door het wisselen van de verteller, eens Aleš in de eerste persoon dan weer een neutrale alleswetende verteller die vanuit een zijlijn toekijkt. Doordat Kratochvil besloten heeft om alle bij de dialoog horende interpunctie weg te laten, is aandachtig lezen aan te bevelen.

    De familie Jordán staat voor alles wat slecht is in een systeem (of voor het systeem zelf), of het nou om het communisme gaat of om het postcommunistische gulzig consumptieve kapitalisme. Aleš probeert een manier van leven te vinden die acceptabel is voor de waarden waarin hij gelooft. Het blijkt voor een individu echter onmogelijk om zich volledig los te worstelen van de heersende orde. Een sterke individualiteit binnen een samenleving wordt niet op prijs gesteld, in geen politiek klimaat, en blijft onherroepelijk gekooid binnen zijn eigen existentie.

    De absurde, soms surrealistische vertelling over de strijd van Aleš tegen de heersende orde, opportunisme, leugens, geweld en corruptie zou men simpelweg kunnen lezen als een korte spannende vertelling. Het is echter zoveel meer dan dat. De rebelse, waanzinnige daad van Aleš, waarmee hij probeert te ontsnappen aan de invloed van de familie, heeft gevolgen die hij niet kan overzien, laat staan dat hij ze kan aanvaarden of beïnvloeden. In een spectaculair slotstuk erkent Aleš zijn beperkingen samen met die van de goddelijke macht.

    “Mensen zijn slechts de verhalen waar goden van dromen. …Terwijl God geen verhaal en geen identiteit heeft, omdat hij geen begin en geen einde heeft, verliezen de mensen…het unieke van hun verhalen, alle identiteiten vervliegen in die veelheid van identiteiten. Dat is precies het moment waarop goden en mensen elkaar de hand reiken.”

    Er zijn niet veel werken van Kratochvil vertaald in het Nederlands, mogelijk door de ongelovelijke complexe taal waarvan hij zich in regel bedient. Zelf zegt hij hierover: ‘Mogelijk schrijf ik teksten die iets meer dan een gemiddelde concentratie vergen…ik vermoed dat mijn werk vrij lastig te vertalen zal zijn.’

    Een des te groter compliment verdient de vertaalster van dit boek, Tieske Slim, die zich meesterlijk heeft gekweten van het vertaalwerk. Een bedroefde God (de titel verwijst naar een verhaal van Milan Kundera Ik, de bedroefde God) is recentelijk uitgegeven door Uitgeverij kleine Uil in Groningen.

    Bron: hebban.nl
     
  4. Ad Verschoor

    Ad Verschoor Donateur

    Roman van Jiří Kratochvíl op de longlist Europese literatuurprijs

    De postmoderne roman "Een bedroefde God" is vertaald uit het Tsjechisch door Tieske Slim (Uitgeverij Kleine Uil).

    Twintig romans, vertaald uit tien verschillende talen, zijn door 15 boekhandels geselecteerd als de beste hedendaagse Europese romans die vorig jaar in Nederlandse vertaling zijn verschenen.

    In 2020 wordt de prijs voor de tiende keer uitgereikt. Om dit jubileum extra luister bij te zetten, wordt de longlist dit jaar ook door een studentenjury gelezen. Zowel de reguliere vakjury als de studentenjury kiezen hun eigen shortlist en winnaar. De prijzen zijn gelijk gedoteerd: €10.000 voor de schrijver en €5.000 voor de vertaler van het winnende boek.

    Meer informatie hier.
     
  5. Ad Verschoor

    Ad Verschoor Donateur

    Essay: Jiří Kratochvil – Het actuele geweten van de natie

    Jiří Kratochvil (1940) is een van de meest uitgesproken Tsjechische prozaschrijvers van deze tijd. In de jaren zeventig en tachtig verbood het communistische systeem hem te publiceren. Na die periode werd Kratochvil in eigen land geëerd met vele prijzen. Zijn roman Een bedroefde God (Uitgeverij kleine Uil, vertaling: Tieske Slim) staat op de longlist voor de Europese Literatuurprijs 2020.

    [​IMG]

    Het actuele geweten van de natie
    Laat ik beginnen met ‘het geweten van de natie’. In het begin van de jaren negentig onderschreef ook ik het afschieten van dat begrip. Ik was uiteraard niet de enige, samen met vele anderen geloofde ik in die tijd dat met de val van het communistische regime die traditionele en bijna sacrale rol van het schrijverschap een hol begrip was geworden, lachwekkend zelfs.

    Euforie was het beslagen venster dat ook mij in de jaren negentig het zicht ontnam, ik zag simpelweg niet hoe al tijdens de normalisatieperiode de meest gewiekste oligarchen hun spelletje speelden. Bovendien was ik verblind door enkele literaire prijzen, op de borst gespeld bij een gisteren nog onbekende en verboden schrijver. Ik had opeens het gevoel dat de literatuur niet meer het geweten van de natie was, maar een enkel en alleen voor mij belangrijk domein. Dat gevoel was helaas wijdverbreid, de literatuur kreeg een speeltuin waarin ze haar zandkastelen kon bouwen, en werd zelfs heiligverklaard door middel van een woord: postmodern.

    In al mijn romans is de politiek steeds aanwezig, het zijn altijd tot op zekere hoogte politieke romans, maar de uiteenzetting met de politiek heeft in mijn romans immer de vorm van een literair artefact. Er was mij veel aan gelegen om er een geciseleerd kratochviliaans literair kleinood van te maken, verpakt in een postmodern ‘foedraal’, wat – om met Tsjechov te spreken, ten koste ging van de begrijpelijkheid voor het leeuwendeel van de lezers.

    William Faulkner was ervan overtuigd dat een schrijver zich alleen iets gelegen moet laten liggen aan zijn oeuvre. Faulkner was een genie, en op genieën is dat zonder meer van toepassing. Nu ben ik niet alleen geen genie, ik weet ook zeker dat ik binnen de Tsjechische literatuur niet behoor tot het eerste garnituur. Dat is voor mij al heel lang de belangrijkste premisse in mijn schrijversbestaan. Het heeft bovendien het voordeel dat ik niets gemeen heb met de zelfingenomenheid van schrijfzuchtigen die zich, zoals ik ze tegengekomen ben, miskende genieën voelen.

    Bepalend voor mijn oriëntatie, niet alleen in literair opzicht, is een zeer kwalijke gebeurtenis waarvoor ik mij tot op de dag vandaag terecht schaam. Maar anders dan het stupide idee dat de tijd van het geweten van de natie achterhaald was, een idee dat voortkwam uit een gebrek aan intellect, betrof het hier eenvoudigweg een gebrek aan geweten. Aan het begin van de jaren zeventig was ik een verboden schrijver. Het werd uitgeverij Blok van hogerhand verboden mijn in de fondscatalogus aangekondigde debuut te publiceren. En toen ben ik, jawel, ik was toen portier bij een kuikenmesterij, lid geworden van de Socialistische Jeugdbond, om op die manier een publicerend schrijver te mogen worden. Lang heeft dat lidmaatschap niet geduurd. Mijn schaamtegevoel deed me besluiten dat ik beter puur voor mezelf kon schrijven, zonder te publiceren, dan me tegen de prijs van een herhaaldelijk tekortschietend geweten te committeren aan de toenmalige officiële cultuur. Later werd ik daardoor een dissident schrijver, et cetera. Maar genoeg over mij.

    We hebben ons laten meeslepen door de roman De dag van de Opritsjnik* van de geniale Vladimir Sorokin, een roman die in de vorm van een zeer doorzichtige allegorie het Rusland van Poetin beschrijft. Hier gaat het erom hoe de eigentijdse potentaat zich verhoudt tot de Russische literatuur. Als ex-KGB-er weet hij vanuit de Sovjettijd zeer wel dat het knevelen van literatuur er slechts toe leidt dat buitenlandse uitgevers er om vechten. Evengoed weet hij en respecteert hij volledig, dat de Russische literatuur sinds jaar en dag de ruggengraat vormt van de Russische grootsheid en trots. Bovendien is het zo, en dat is hem uiteraard welkom, dat het volk veelal geen romans leest, dat de literatuur op generlei wijze van invloed is op het bewustzijn en het geweten van de Russische natie. Die worden eerder beïnvloed door de Russische non-conformistische activisten en journalisten, en daar weet de potentaat wel weg mee.

    Ik ben me er steeds meer van bewust dat juist de kwalitatief hoogstaande literatuur in dit land, net als in het land van de potentaat, slechts een elitaire aangelegenheid is: romans worden enkel gelezen door deelnemers aan literaire olympiades en misschien door een handvol ons toegenegen lezers. De boeken waarin wij op soevereine wijze verhalen vertellen worden gepubliceerd, tot ons duizelingwekkende geluk, het mobiliseert onze endorfine. Maar het is nu onze plicht om de taal die wij beheersen als geen ander in dit land, ons getrainde literaire ambacht ook te gebruiken om de politiek gemanipuleerde meerderheid aan te spreken. De taal, die wij hebben verfijnd in tientallen romans en in honderden verhalen moeten we nu gebruiken voor een levendig openbaar debat. En in tegenstelling tot Russische journalisten hoeven wij hier niet bang te zijn het doelwit te worden van huurmoordenaars.

    We leven in een tijd van pandemie, waarin al het andere dan de strijd tegen het coronavirus zich manifesteert als onbelangrijk. Inter arma silent Musae, beweerden de latinisten, tijdens de oorlog zwijgen de Muzen, maar ik ben van mening dat we juist inter arma niet mogen zwijgen. Laten we voor ons eigen genoegen doorgaan met het schrijven van postmoderne verhalen, maar laten we onze talenten ook inzetten in het openbare debat. Laten we het geweten van de natie weer wakker schudden, het geweten dat het in tijden van wedergeboorte** is gelukt te herrijzen en onze prachtige taal nieuw leven in te blazen en dat tijdens de communistische en de normalisatietijd de natie wist aan te spreken, of in ieder geval een aanzienlijk deel daarvan. Zoals al vaker is gezegd – het is nu of nooit.

    Dit essay is oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift Echo. Vertaling: Tieske Slim

    * De Nederlandse vertaling verscheen in 2015 bij Uitgeverij Douane
    ** De Tsjechische nationale wedergeboorte is een emancipatiebeweging uit de 18e en 19e eeuw in Oostenrijk-Hongarije, met als streven het doen herleven van de Tsjechische cultuur, taal en nationale identiteit.


    Bron: tzum.info
     

Deel deze pagina