De monumenten van Kutna Hora: een bloemlezing

Topic in 'Centraal Bohemen' gestart door Keesi, 17-04-2008.

Topicstatus:
Dit topic is gesloten voor reacties.
  1. Ik ben Kees(i) en ik ben Kutna Hora-fan.

    Gaat u naar Kutna Hora en vraagt u zich af wat daar te zien is?
    Lees dan hier over de prachtige stad en zijn monumenten!

    Ik kom er sinds 1993 en heb er veel vrienden en kennissen.
    De relatie met Kutna Hora ontstond via een uitwisseling met de korfbalvereniging aldaar (deze vereniging is helaas ter ziele gegaan om voornamelijk financiele redenen).

    Kort geleden kreeg ik van een vriend een engelse tekst voor een audio-guide-CD over Kutna Hora en de monumenten in het stadje ter vertaling in het nederlands aangeboden.
    Het initiatief voor deze CD is om allerlei redenen gesneuveld. Maar de teksten zijn naar mijn mening te leuk en te informatief voor bezoekers van Kutna Hora om ze zo maar ongebruikt te laten.
    Van de eigenaar van de teksten heb ik toestemming gekregen om ze op dit forum te plaatsen.
    Het worden zo'n 25 kleine hoofdstukjes, waaruit iedereen die Kutna Hora bezoekt een keus kan maken. Mooi om af te drukken en mee te nemen als Kutna Hora op het programma van de vakantie staat.
    De teksten zijn door mij hier en daar wat uitgebreid of veranderd en er zijn foto's aan toegevoegd. De meeste van mezelf, maar sommige ook uit andere bronnen.
    Om alle teksten en foto's te plaatsen heb ik wel wat tijd nodig, dus even geduld.

    Om een en ander op dit forum hanteerbaar te maken, verzoek ik eventuele reacties te plaatsen in het topic: Reacties op bloemlezing Kutna Hora.
     
    Baan vindt dit leuk.
  2. 1) Kutná Hora, een korte inleiding

    Welkom in Kutná Hora, een van de aardigste stadjes in de Tsjechische Republiek. Kutná Hora heeft een aantal opmerkelijke architectonische schatten en heeft zich daarmee een veel begeerde plaats op de Werelderfgoedlijst van UNESCO verdiend.
    We willen u graag in Kutná Hora rondleiden en u iets vertellen over de meest interessante plaatsen in de stad en hun geschiedenis. We maken een wandeling door het historische centrum met zijn pitoreske oude straatjes en langs zijn belangrijkte monumenten.

    De naam, het ontstaan en de geschiedenis van de stad
    Lang geleden was de plek waar nu het stadje tegen de heuvels aan ligt bedekt met dichte bossen. De legende zegt, dat op een dag in het jaar 1237, een jonge monnik Anton uit de dichtbij gelegen Abdij van Sedlec (zie elders in dit verhaal), zich tijdens een wandeling op een bemoste stenen bank neervleide om te rusten en in slaap viel. Toen hij wakker werd zag hij op de grond naast zich 3 baren zilver liggen. Anton knielde neer en dankte God voor deze kostbare vondst. Nadat hij de plaats met zijn pij (mantel met capuchon = monnikskledij = kutna) had gemarkeerd, snelde hij naar huis om de abt zijn blijde bericht te vertellen. Het nieuws over de ontdekking van het zilver verspreidde zich snel. Drommen mensen kwamen naar de plek van de vondst. Sommigen bouwden zich er een huis van klei en al spoedig ontstond er een dorp. Ze noemden het Kutná Hora, ofwel Monnikspij-berg, naar de cape van Anton.

    Tegen het eind van de 13e eeuw had de run op het zilver Kutná Hora tot een van de drukste steden van het land gemaakt. In 1300 vaardigde Koning Wenceslas II een belangrijke nieuwe wet uit betreffende de mijnbouw, de unieke Ius Regale Montanorum. Een Koninklijke Munt werd opgericht in de Vlašský Dvůr, het Italiaanse Hof, waar de beroemde munt, de „Praagse Kroon“ werd geslagen. Spoedig was Kutná Hora het financiele centrum van heel Bohemen.

    In de 14e eeuw begonnen er stenen kerken en andere gebouwen te verschijnen, een duidelijk teken van de groei van de welvaart en de belangrijkheid van de stad. De Sint Jakobskerk en de Onze-Vrouwe-van-de-Vegerskerk, badhuizen, een ziekenhuis en andere particuliere gebouwen dateren allemaal uit deze periode.
    Het werk aan de prachtige Sint Barbara kathedraal begon in 1388.
    In het midden van de 15e eeuw werd de uitbreiding van Kutná Hora tijdelijk geremd door de oorlogen van de Tsjechische Reformatie. De welgestelde burgers van de stad, voornamelijk Duitse katholieken, waren een doorn in het oog van de Hussitische hervormers.
    De Hussieten namen de stad in 1421 voor het eerst in, maar spaarden hem wegens zijn strategische belang.
    In 1424 kwamen zij uit wraak terug, wat gevolgd werd door de onderwerping van Kutná Hora aan de katholieke macht van Sigmund van Luxemburg. Deze keer werd de stad geplunderd en in brand gestoken.
    Pas onder de regering van George van Poděbrady begonnen de mijnen van Kutná Hora en de stad zelf weer op te bloeien.
    Na de dood van George werd hier, in het Italiaanse Hof, een nieuwe heerser gekozen: Koning Vladislav, van het Poolse huis van Iagellon. Onder Vladislav maakte Kutná Hora zijn grootste groei door.
    Met naast elkaar aan de ene kant de opzichtige rijkdom van de heersers en aan de andere kant het slopende werk in de mijnen en de armoede van de mijnwerkers, waren moeilijkheden onvermijdelijk. Maar de protesten en de stakingen van de mijnwerkers werden bloedig onderdrukt: 12 van hen werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.
    Gedurende de 15e eeuw bleef de stad in welvaart groeien, zoals te zien is aan de kunst en de architectuur uit die periode. Maar de groei in welvaart nam al snel af, omdat de vindplaatsen van zilver aan de oppervlakte uitgeput raakten en de technologie voor diepere mijnbouw nog niet beschikbaar was. (Nog later werd de goedkope import van zilver uit het pas ontdekte Amerika een verder probleem. Denk daarbij maar aan de zilvervlootgeschiedenis van "onze" Piet Hein.)
    Dat was het einde van de bouwexplosie en dat is er ook de oorzaak van dat er in Kutná Hora zo weinig Renaissance gebouwen zijn. Nu begon de contra-reformatie, voornamelijk geleid door de Jezuïeten.
    In 1727, na 425 jaar in werking te zijn geweest, werd de nationale Munt wegens gebrek aan zilver gesloten en overgebracht naar Praag. Aan het eind van de regering van Maria Theresia werd Kutná Hora een provinciaal achteraf-stadje. Zijn schitterende middeleeuwse gebouwen begonnen langzamerhand te vervallen tot ruïnes. Toen het centrum van de stad in 1770 werd getroffen door een brand, was de ramp kompleet.

    Anders dan andere Tsjechische steden werd Kutná Hora maar weinig aangetast door de industriële ontwikkeling in de 19e eeuw. Met zijn romantische ouderwetse sfeer begon het toeristen uit het hele land te trekken. Na de val van het communisme in 1989 en het opengaan van de grenzen naar het westen begonnen de buitenlandse toeristen in grote aantallen toe te stromen.
    Hoe aantrekkelijk Kutná Hora werd als toeristische bestemming, werd in 1995 onderstreept toen het op de Werelderfgoedlijst van UNESCO werd geplaatst.
     
    Baan vindt dit leuk.
  3. 2) De kathedraal van St. Barbara

    De kathedraal van St. Barbara domineert Kutná Hora vanaf zijn plaats hoog boven het dal van het riviertje de Vrchli en wordt terecht beschouwd als een parel van hoogstaande gotische architectuur. Het is na de St. Vitus kathedraal in Praag de 2e kerk in grootte in de Tsjechische Republiek.
    Het werk voor de bouw begon in de 2e helft van de 14e eeuw. Het oorspronkelijke 3-beukige ontwerp van Jan Parler werd later uitgebreid tot een massale 5-beukige constructie. Door de jaren heen waren vele grote namen uit de gotische kunst betrokken bij de opbouw en de versiering, zoals kunst-meester Hanuš, Matyáš Rejsek en Benedikt Rejt. Doordat de bouw verschillende eeuwen duurde en door de talloze veranderingen, werd het gebouw zoals dat door Parler was ontworpen, eigenlijk nooit voltooid. Wat u vandaag ziet is het resultaat van de laatste bouwfase, voltooid door Ludvik Lábler in 1905.

    De legende zegt, dat de kathedraal letterlijk “per ongeluk” werd gebouwd op de plaats waar hij nu staat. Het bedoelde “ongeluk” trof 3 middeleeuwse mijnwerkers in de zilvermijn, die werden ingesloten door het instorten van een mijngang. De mannen begonnen te bidden tot St. Barbara, de beschermheilige van de mijnwerkers en baden haar hen te verlossen uit hun donkere gevangenis.
    De eerste man vroeg nog een keer het daglicht te mogen zien, dan zou hij in blijheid sterven. De tweede man vroeg nog eenmaal zijn gezin te mogen zien, dan zou ook hij in blijheid sterven. De derde mijnwerker vroeg nog 1 jaar en 1 dag in vrijheid te mogen leven.
    Plotseling verscheen St. Barbara voor hen en bracht hen uit de mijn in veiligheid. De wensen werden ingewilligd: De eerste mijnwerker kwam in het daglicht en viel onmiddellijk dood neer; de tweede had net genoeg tijd om zijn gezin te zien voordat ook hij stierf; en de derde leefde nog 1 jaar en 1 dag. Om zijn dankbaarheid te tonen hakte hij een machtige boom om, die groeide op de plaats waar ze uit de mijn geklommen waren en beeldhouwde daaruit een standbeeld van St. Barbara. Toen hij klaar was plaatste hij het standbeeld terug op de stomp van de boom bij de ingang van de mijn. Het werd spoedig een gewoonte voor de mijnwerkers om hun respect te tonen aan het standbeeld voordat ze ondergronds gingen, in het geloof dat St. Barbara hen zou beschermen. Al eeuwen gaat het verhaal, dat de eerste steen voor de grote kathedraal werd gelegd op precies diezelfde plaats waar het standbeeld heeft gestaan.

    Een bezoek aan de binnenzijde van de kathedraal is een belevenis!
    Vele mooie fresco's en schitterend geschilderde glas-in-lood ramen.
    Een mooi altaar en een prachtig orgel met 4000 orgelpijpen.


    Uitzicht op de vallei van de Vrchli.
    Als u van het dakterras van Kapel Corpus Christi (op de 2e foto onder de kathedraal, met 3 boogramen) naast de kathedraal van St. Barbara naar beneden kijkt, wordt u eerst getroffen door het mooie uitzicht over de vallei van het riviertje de Vrchli (de 5e foto). Dan komt langzamerhand de hele stad in uw blikveld. Om te beginnen ziet u links het lange indrukwekkende gebouw van het Jezuïeten College (op de 2e foto in het midden); rechts daarnaast is de “Hradek” of het Kasteel (op de 2e foto het witte gebouw rechts), waarin het Zilvermuseum is gevestigd; als volgende valt (op de 6e foto) de toren van de St. Jacobskerk op en dan het Italiaanse Hof (het witte gebouw achteraan (op de 6e foto).
    Tussen de bomen aan de overkant van de vallei, kunt u een beeltenis zien, die is uitgehouwen in de rotsen: dit is de Tsjechische dichter Jaroslav Vrchlicky, die in Kutná Hora is geboren.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  4. 3) De kapel van Corpus Christi

    Aan dit treffende gotische gebouw, dat vlak naast de St. Barbara kathedraal aan de rand van de vallei van de Vrchli ligt, werd begonnen vlak voor de bouw van de kathedraal van St. Barbara. Het gebouw werd opgericht door leden van de broederschap Corpus Christi als een begrafenis kapel. De kapel is rechthoekig van vorm en staat op een rots. Het dak wordt gedragen door buitenmuren en 4 grote pilaren binnenin en bestaat uit 9 gewelfde secties. De kapel wordt verlicht door 3 gotische ramen, die allemaal op de vallei uitkijken. (zie laatste foto buitenzijde).
    In de 17e eeuw, tijdens een reconstructie van het vlakbij gelegen Jezuïeten College en de omgeving daarvan, werd aan de kapel een nieuw barokken portiek toegevoegd. (zie 1e foto)
    Nadat het Jezuïeten College in 1774 werd gesloten leed de kapel Corpus Christi jarenlang onder verwaarlozing. Eind 19e eeuw gebruikte een orgelbouwer, Jan Tuček, de kapel een tijdje als werkplaats. (Tuček woonde in het gebouw, dat nu Hotel U Varhanáře heet en 150 meter verderop aan de andere kant van de beeldengalerij staat. In het restaurant hangt een set orgelpijpen aan de wand als herinnering hieraan).
    Maar het gebouw bleef achteruitgaan. Tot in de 90-er jaren van de vorige eeuw, toen het werd geregistreerd als een van de meest bedreigde historische monumenten in de wereld. In 1997 begon eindelijk de reconstructie en in 2000 werd de kapel geopend voor het publiek. Dank zij de uitstekende akoestiek wordt de kapel vaak gebruikt voor concerten en andere culturele evenementen.

    De kapel is toegankelijk. Kaartje/sleutel verkrijgbaar bij de kiosk ertegenover.
    Bovendien kun je ook het platte dak van de kapel betreden en vandaar heb je een prachtig uitzicht over de vallei van het riviertje de Vrchli en de gehele imponerende reeks gebouwen die langs de vallei staan.(zie 2e foto)
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  5. 4) Het Jezuïeten College

    Vlak naast de St. Barbara kun je het gigantische gebouw van het Jezuïeten College niet over het hoofd zien. Het gebouw is ongeveer 150 meter lang en heeft 2 zijvleugels, samen vormen ze een F in spiegelbeeld. (Zie 2e foto, die werd genomen vanaf de dakgoot van de St. Barbara) voor een indruk van de zijvleugels,
    Het gebouw domineert samen met de St. Barbara en de Jacobskerk het beeld van Kutna Hora. (Zie 1e foto).

    In de 17e eeuw werd, in Bohemen misschien meer nog dan ergens anders, kunst gebruikt als middel voor publiciteit. Speciaal de Jezuïeten gebruikten de verblindende overvloed aan barokke kunst als een ideologisch wapen om de macht van de katholieke kerk uit te dragen. Hun gigantische Jezuïeten College in Kutná Hora was een voorbeeld daarvan, bedoeld om de leidende rol van de orde te onderstrepen in de jaren na de protestante nederlaag op de Witte Berg (Bilá Hora, bij Praag) in 1620. Maar de bouwstijl van het Jezuïeten College toonde weinig respect voor het in essentie middeleeuwse karakter van dit stadje.
    Het was het werk van Domenico Orsi, die ook medeontwerper was van het Praagse Loretto. Oorspronkelijk waren er 3 torens, maar de hoogste, de centrale toren, werd vernietigd in 1844 toen de constructie als onveilig werd beschouwd. De zuidelijke toren bevat de grote Kutná Hora klokken van de metaalgieterij van Ondrej Ptaček, die eerder in de houten klokkentoren van de St. Barbara hingen. (Zie 3e foto).
    Nadat de orde van de Jezuïeten werd opgeheven diende het college als kazerne. In 1998 werd het eigendom van het Nationale Tsjechische Museum, dat van plan is hierin een grote kunstgalerie te openen.

    Nu, 2007/2008, wordt het gehele gebouw, mede met behulp van UNESCO, gerenoveerd.
    Het wordt een groot cultureel centrum met galerieën, ateliers, tentoonstellingen, oefenruimtes, etc.
    In de loop van 2009 moet het weer toegankelijk worden voor het publiek.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  6. 5) De standbeelden tegenover het Jezuïeten College

    De muur langs de vallei van het riviertje de Vrchli tegenover het Jezuïeten College is van het begin tot het eind gedecoreerd met 12 barokke standbeelden, blijkbaar geïnspireerd door de Karelsbrug in Praag. Ze zijn gemaakt tussen 1703 en 1717 door de Jezuïet en beeldhouwer Frantisek Baugut. Beginnend bij de St. Barbara tonen ze de volgende heiligen:

    - Karel de Grote, koning der Franken (768-814), eerste “Heilige Romeinse Keizer” (800)
    - St. Anna, moeder van Maria, die de moeder van Jezus was
    - St. Francis Borgia, hoge leider van de Jezuïeten (1565)
    - St. Florian, beschermheilige van de schoorsteenvegers en brandweerlieden (1572)
    - St. Jozef van Calasan, stichter van de eerste vrije school in Europa in Rome (1556-1648)
    - St. Francis Xavier, medeoprichter van de Orde van Jezuïeten (1506-1552)
    - St. Wenceslas en St. Vitus en Ludmila
    o St. Wenceslas was koning van Bohemen (925-929 of 935, onbekend)
    o St. Vitus, christelijk martelaar (2e eeuw na chr.), beschermheilige van de schilders en acteurs, beschermheilige tegen de bliksem
    o Ludmila, grootmoeder van Wenceslas en zijn opvoeder
    - St. Ignatius van Loyala, hoogste leider van de Orde van Jezuïeten (1491-1556)
    - St. Jozef, echtgenoot van Maria, timmerman in Nazareth
    - St. Isidore, beschermheilige van de boeren en van Madrid (1070-1130)
    - St. Louis (IX), koning van Frankrijk (1226-1270) en kruisvaarder (1248-1250)
    - St. Barbara, beschermheilige van de mijnwerkers
    - St. Johannes van Nepomuk, was hoge geestelijke, kreeg ruzie met koning Wenceslas en werd op diens bevel van de Karelsbrug in Praag gegooid en verdronk als martelaar.

    Heeft u kinderen in bv de basisschoolleeftijd bij u, dan kunt u hier een spelletje doen:
    Laat de kleintjes op zoek gaan naar de leeuw op een van de standbeelden.
    Wat oudere kinderen, die al goed kunnen rekenen. kunt u laten berekenen wanneer een der standbeelden werd gemaakt.
    Zie de laatste foto. Daar staan op het standeeld teksten met gouden letters. Deze verraden wanneer het beeld werd gemaakt.
    De gouden letters zijn nl. romeinse cijfers. Door ze op te tellen ontdekt u het jaartal van vervaardiging.
    Daarbij staan de letters voor:
    M = 1000, D = 500, C = 100, L = 50, X = 10, V = 5, I = 1
    Het beeld van foto is dus gemaakt in 1711
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  7. 6) Het Kasteel (Hradek), het Tsjechische Zilvermuseum en de zilvermijn

    Het oorspronkelijke “Hradek”, Klein Kasteel, was een eenvoudige versterking, gebouwd in de 13e eeuw. In de eeuw daarna werd het verbouwd tot een versterkt paleis. De eerste geregistreerde eigenaar was Herman de Castro, “Herman van het Kleine Kasteel”. Door de jaren heen wisselde het kasteel vele malen van eigenaar.
    Misschien wel de meest beroemde of beruchte eigenaar was Jan Smíšek van Vrchovište. Smíšek verdiende zijn fortuin in de (zilver)ertshandel, kocht zich daarna in bij de aristocratie en verbouwde het kasteel op grote schaal. Hij betaalde deze hele operatie met de producten van een illegale zilvergieterij, die verborgen was in zijn kasteel.
    In de 16e eeuw werd het Hradek gekocht door Albrecht van Gutenstein, de Meester van de Koninklijke Munt.
    In de volgende eeuw werd het een seminarie van de Jezuïeten en een jongensschool.
    In de 19e en 20e eeuw diende het weer een opvoedkundig doel: deze keer werd het een pedagogische academie, geleid door de onderwijsdeskundige Gustav Adolf Lindner, die wordt herdacht met een plaquette boven de ingang van het gebouw.
    In 1938 werd het Hradek een museum, maar dat duurde maar even, omdat het werd gevorderd door het Duitse leger. Het museum ging na de oorlog weer open.

    Het museum biedt 2 aparte bezichtigingroutes. We raden u aan ze beide uit te proberen.
    De eerste route neemt u mee door het binnenste van het paleis, waar u het “mázhaus” kunt zien, een grote ruimte, die ooit als werkplaats werd gebruikt en waar nu een expositie van de geologie en de geschiedenis van Kutná Hora is te zien. Deze route gaat ook door de Renaissance Zaal, de Ridderzaal, de Munt, de Banket Zalen en door de Kapel van St. Wenceslas.
    De tweede route geeft u een idee van het dagelijkse leven van de middeleeuwse mijnwerkers. U kunt de hulpmiddelen zien die ze gebruikten, en hoe het zilvererts werd gedolven en verwerkt. En, als u niet aan claustrofobie lijdt, kunt u een echte mijn onder de grond bezoeken.

    Gaat u de mijn bezoeken, dan krijgt u achter de Hradek een stofjas om en een lantaarn mee. U wandelt een eindje over straat en daalt dan ca. 30 meter af via een stevige ijzeren trap tot op het niveau van de mijn. Dat is ongeveer het niveau van het dal van de Vrchli, waar u na de rondleiding in de mijn er weer uitkomt.
    In de mijn zijn enkele nauwe passages, die echter maar heel kort zijn. Verder zijn er enkele schitterend gekleurde poeltjes met water. Daar zit arsenicum in weten we nu, maar dat heeft vele mijnwerkers, die er jarenlang uit te dronken, het leven gekost.
    Voot toegang tot de mijn moet je minimaal 6 jaar zijn.

    Bij de foto's
    1 De Hradek
    2. De Hradek vanuit de vallei van de Vrchli
    3. De ingang van het muzeum (en de mijn) met de plaquette van Lindner
    4. Het straatje langs de Hradek
    5. De poort, waaruit u komt op weg naar de zilvermijn.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  8. 7) Rudharka straat

    Het ouderwetse straatje, dat van vlak bij de ingang van de Hradek rechts schuin naar beneden gaat en naar de St. Jakobskerk leidt, is genoemd naar de legendarische familie Ruthard.
    Een rijke maar uiterst gemene zakenman uit Kutná Hora, die Jiří Ruthard heette, bouwde tussen de terrassen met wijngaarden een ongehoord luxe landhuis, met een grote kelder waarin hij al zijn geld bewaarde.
    Dat huis stond boven dat straatje met een toegang tot de tuin vanuit uit dat straatje. Die toegang is er nog, in de hoek van het straatje.
    Je kunt het huis van Ruthard ook bereiken door het straatje voor de ingang van de Hradek af te lopen (langs het antiekwinkeltje en de handel in mineralen en bijzondere gesteenten) tot op het pleintje en dan rechtsaf te gaan, zo’n 100 meter en dan weer rechts naar beneden.

    De rijke zakenman Jiří Ruthard had een dochter, de mooie Rosina. De legende zegt, dat toen Rosina oud genoeg was om grote aantallen minnaars te trekken, hij voor zijn rijkdom begon te vrezen. Dus, liever dan haar een aardige bruidsschat mee te geven, besloot hij haar op te sluiten in de kelder. Daar kwijnde het meisje weg tussen de schatten van haar vader en stierf ze uiteindelijk van de honger, ellende en verdiet over haar eenzame opsluiting.
    Jaren lang keerde haar geest terug om in het huis rond te spoken en de vernietiging ervan te voorspellen. En met recht: In 1648 stortte het huis zonder enige waarschuwing totaal ineen en werden 15 mensen onder de puinhopen levend begraven. Of haar vader daarbij hoorde is niet bekend.

    Het huis is later herbouwd en nu zit er een restaurant “V Rutharce” in. Binnen is er een soort grote open haard, een bar en een tuin erachter.
    In de muur van het restaurant herinnert en beeldje aan het droevige lot van de dochter Rosina.
    De spare-ribs smaakten er heerlijk en de toen wij er een keer waren (toevallig?) aanwezige lifeband maakte veel, maar niet onaardig lawaai.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  9. 8) De St. Jakobskerk

    Een onmiskenbaar onderdeel van de skyline van Kutná Hora vormt de toren van de St. Jakobskerk. Gebouwd in vroeg-gotische stijl in de 1e helft van de 14e eeuw als zetel voor het aartsdecanaat Kutná Hora, is de St. Jakobskerk de oudste parochiekerk in de stad. De bouw startte in 1330 tijdens de regering van John van Luxemburg, vader van de Tsjechische koning en Heilige Romeinse Keizer Karel IV. De grote 3-schepige constructie lijkt, met zijn 82 meter hoge noordelijke toren en zijn dominante positie, de omgeving te overheersen. Er is eigenlijk nog een tweede, zuidelijke toren, maar de middeleeuwse metselaars waren bang, dat de constructie die niet kon dragen en die toren bleef onafgemaakt. Zoals het nu is leunt de noordelijke toren duidelijk zichtbaar naar het noordwesten over. (zie 1e en 2e foto)
    Het interieur van de kerk combineert laat-gotische, renaissance en barokke elementen. Bijzonder is het gesneden houtrelief, dat de evangelisten afbeeldt, afgezet tegen een panoramisch beeld van Kutná Hora in de late 17e eeuw.
    Dit werk is van Casper Eigler, net als het hoofdaltaar. U kunt er ook schilderingen zien van de belangrijke barokke kunstenaars Peter Brandl, František-Xaver Palko en Karel Škreta.

    De St. Jakobskerk is normaal niet open voor het publiek. U kunt echter wel de diensten op zon- en feestdagen bijwonen.

    DSCF0970.JPG 2Kutna_Hora43[1].jpg DSCF0968.JPG DSCF0969.JPG
     
    Henk Post en Baan vinden dit leuk.
  10. DSCF0967.JPG 2Kutna_Hora33[1].jpg 2Kutna_Hora01[1].jpg 9) Het Italiaanse Hof (Vlasšký Dvůr)

    Eeuwen lang was het Italiaanse Hof het centrum van economische macht, niet allen van Kutná Hora, maar van het hele koninkrijk Bohemen. Het hof werd laat in de 13e eeuw gebouwd als veilige opslag- en verwerkingsplaats van het zilvererts, dat werd gewonnen in de mijnen van Kutná Hora. Bij de grote financiële hervorming in 1300 tijdens de regering van Wenceslas II, werd het de Nationale Munt met exclusieve rechten om de beroemde “Praagse Groschen” (de Praagse Kroon) te slaan.
    Experts op dit gebied, -muntmakers en muntstempelaars-, werden helemaal uit Florence in Italië naar Kutná Hora opgeroepen. De muntmakers sneden de staven zilver in dunne schijfjes waarna de stempelaars ze stempelden met afbeeldingen en tekst. Het waren deze Italiaanse werklui die de naam aan deze plaats gaven: Italiaanse Hof.
    Op het hoogtepunt van de roem van de stad diende het Italiaanse Hof als residentie voor de Koning tijdens zijn veelvuldige bezoeken en was het de plaats voor vele historische ontmoetingen en gebeurtenissen. Tot de belangrijkste daarvan behoorden: de ontmoeting tussen Wenceslas en zijn broer Sigmund en de verkiezing in 1471 van Koning Vladislav van Iagellon, zoon van Casimir, koning van Polen. En ook de Verordening van Kutná Hora, - een wet die de rechten van Tsjechische studenten aan de Karelsuniversiteit vastlegde- werd hier getekend.
    Toen de Boheemse troon in 1526 overging naar de Habsburgse dynastie, verloor het Italiaanse Hof zijn leidende rol, hoewel de Munt in functie bleef tot 1727. Daarna werd het Hof gebruikt voor verschillende doeleinden zoals stadhuis, openbare school en tijdens de Napoleontisch Oorlogen als militair hospitaal. Nu is het een thuishaven voor een permanente expositie van munten.

    In de Vlasšký Dvůr vindt u de galerie Ferlixe Jeneweina met wisselende tentoonstellingen.
    Bovendien is het DE trouwlocatie van Kutna Hora met een schitterende trouwzaal.

    Voor het Italiaanse hof staat een standbeeld van Tomáš Masaryk. de oprichter en 1e president van Tsjechoslowakije.

    Tegenover dit standbeeld op het pleintje staat een standbeeld van de journalist en politicus, Karel Havliček Borovský, die leefde van 1821 – 1856. Hij wordt algemeen beschouwd als de vader van de Tsjechische politieke journalistiek. Zijn hele leven vocht Borovský tegen de onderdrukking van het Tsjechische volk door de Oostenrijkse monarchie en hij werd het symbool van het nationale verzet. Gearresteerd en gedeporteerd naar Oostenrijk werd hij gevangen gezet in het Alpenstadje Brixen, waar hij, treurend om de scheiding van zijn familie en de onrechtvaardigheid van zijn lot, ziek werd en op 35-jarige leeftijd overleed.

    Bij de foto's:
    1. De voorzijde met het standbeeld van Tomáš Masaryk, de 1e president van Tsjechoslowakije (1918-1935)
    2. Het binnenplein, tegenwoordig gerenoveerd
    3. De binneningang.
     
    Baan vindt dit leuk.
  11. 10) Šultys straat: Paleis “U Marmoru” en de pestzuil

    Tussen de hoofdstraat (Husova) en het parkeerterreintje midden in de stad (Vláclavské Náměstí) ligt een klein pleintje/straatje, de Šultysova. In de Šultysova staan meerdere bijzondere bouwwerken.

    Paleis “U Marmoru”.
    Het meest opmerkelijke gebouw is misschien wel Šultysova 173, ook wel “U Marmoru” genoemd (het Marmeren Huis, zie 1e foto). Dit indrukwekkende huis met zijn renaissancegevel en zijn grote, laat 16e eeuwse toegang, draagt de inscriptie “Hier woonde Jan Šultys van Felsdorf, aartsbisschop van Kutná Hora”.
    Aan Šultys kleeft wel een verhaaltje. Hij was als bisschop lid van de plaatselijke aristocratie, die aan de opstand van de Tsjechische landgoedeigenaren tegen de Habsburgse keizer Ferdinand II deelnam. Na hun nederlaag in de slag van de Witte Berg (Bilá Hora) bij Praag in november 1620, werden hij en 26 andere Tsjechen publiekelijk geëxecuteerd op het Praagse Oude Stadsplein. Het hoofd van Šultys werd teruggebracht naar Kutná Hora en werd op een stok gespiesd tentoongesteld op de Kolin-poort als waarschuwing voor mogelijke andere opponenten tegen het Habsburgse regiem.

    De pestzuil.
    Door de eeuwen heen werd Kutná Hora herhaaldelijk geteisterd door de pest, - niet minder dan 18 keer in 500 jaar-. De laatste keer dat de pest Bohemen trof was in 1713. Toen de epidemie twee jaar later afnam, dankten de inwoners van Kutná Hora God door het oprichten van een standbeeld van de Maagd Maria.
    De 16 meter hoge pestzuil van zandsteen werd gebeeldhouwd in de werkplaats van de Jezuïet en beeldhouwer František Baugut (zie ook de standbeelden tegenover het Jezuiten College) naar een ontwerp van Santini. Het is een van de kostbaarste barokke monumenten van de stad.
    Het hoofdmotief is natuurlijk de afbeelding van de Maagd Maria op de top van de zuil. De vier figuren onder haar op de plint van het standbeeld zijn de heiligen, waarvan geloofd werd, dat ze bescherming boden tegen de pest: St. Sebastiaan (doorboord met pijlen), St. Rochus (met zijn hond), St. Charles Borromeo (met het kruis) en St. Francis Xavier (die het crucifix vasthoudt). En onder hen, ter ondersteuning, herinneren vier mijnwerkers eraan, dat de stad werd gebouwd dankzij hun harde zware werk.

    U Haviřu.
    Dit gebouw staat op de hoek van de Husova en Šultysova. Het is nu een jongerencafé (U Haviřu = de mijnwerker). Onder het café zit een heel grote en mooie kelder met gewelven, waar regelmatig disco wordt gehouden.

    Op het pleintje zit ook naast een zilverwinkeltje/galerie een restaurant met de romantische gelagkamer in de kelder met een mooie gewelvenhemel. Dit restaurantje heet “Katakomby”.

    Bij de foto's:
    1. U Marmoru, het bisschoppelijk paleis
    2. De pestzuil
    3. Een detail van de pestzuil
    4. Cafe U Haviřu, net na de restauratie, die nog niet af was.


    DSCF2375.JPG 21820022a1[1].jpg DSCF2377.JPG DSCF2381.JPG
     
    Baan vindt dit leuk.
  12. 11) Het Stenen Huis (Kamenný Dům)

    Het Stenen Huis staat vlak bij (net boven) het Václavské Náměsti en is een van de mooiste voorbeelden van laat-gotische architectuur in Europa. Het dateert van de periode vóór de Hussieten en werd gebouwd tussen 1487 en 1515 door de toenmalige eigenaar, de zakenman Prokop Kroup. Die kreeg de stenen reliefs voor de gevel in 1490 via onderhandelingen los van de beroemde metselaar Bricki van Bratislava. Het raam in de erker is versierd met figuren van Wenceslas en andere Tsjechische heiligen.
    In de dakpunt in de gevel staat een afbeelding van Maria en het kindje Jezus. Aan de voet van de dakpunt staan 2 ridders tegenover elkaar alsof ze zo direct een toernooi gaan beginnen. De wapens daartussen zijn die van het mijnwerkersgilde (waaraan Prokop zijn fortuin te danken had) en van de stad Kutná Hora.
    Ondanks de opeenvolgende veranderingen behield het Stenen Huis in essentie zijn laat-gotische karakter. In 1849 werd het huis aangekocht door de gemeente Kutná Hora en diende de volgende 50 jaar als stadhuis.
    In 1900 onderging het Stenen Huis opnieuw een verbouwing. De architect Ludvík Lábler, die ook de St. Barbara afbouwde tot wat die nu is, hanteerde daarbij een strikt puriteinse benadering. Het werd in 1902 heropend als museum, wat het sindsdien ook altijd gebleven is. Tegenwoordig huisvest het een permanente expositie van het Tsjechische Zilvermuseum, die heet: “De Koninklijke Mijnstad – Burgerlijk leven en cultuur van 1600 tot 1900”. Het is een bezoek waard.

    Als u naar het Stenen Huis staat te kijken bevindt zich achter u een grote halfronde poort.
    Achter deze poort ligt de “tuin” van het restaurant “U Kamenného Domu” waarvan de hoofdingang om de hoek naar boven zit. Dit is een echt tsjechisch restaurantje, waar veel inwoners van Kutna Horá die in de stad werken, de lunch gebruiken tussen 11.00 en 13.00 uur en er ‘s avonds eten. Dit soort gasten garandeert meestal “waar voor uw geld”.
    De eigenaresse is een heel goede vriendin van ons en het is voor ons een sport om jaarlijks in de meivakantie te zorgen voor mooie hanging baskets met petunia’s etc. in de tuin.

    Bij de fotos:
    1,2,3: Het Stenen Huis
    4,5,6: De "tuin" van het restaurantje ertegenover.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  13. 12) De kerk van St. Johan Nepomuk

    Deze kerk vindt u in de hoofdstraat (Husova), zo’n 200 meter boven de pestzuil. De gevel valt onmiddellijk op door zijn lila kleur.
    Voor Kutna Hora is dit eigenlijk een beetje een vreemde architectuur. De kerk werd gebouwd in de 30-er jaren van de 18e eeuw (1730) en is een voorbeeld van de latere barok. De architect was František Kaňka, een beroemde architect van de Jezuïten orde. Hij werd geadviseerd door de architect Kilian Dietzenhofer, die ook in Praag vele gebouwen op zijn naam heeft staan (o.m. het Loretta).
    Aan de buitenkant ziet u twee standbeelden van St. Adelbert en St. Prokop in de aparte nissen aan beide kanten van de ingang.
    De bouw van de kerk werd niet alleen door de kerkgemeenschap gefinancierd, maar ook particulieren en (en dat is bijzonder) de gemeente droegen hun steentje bij.
    De binnenkant van de kerk is bijzonder rijk versierd met allerlei afbeeldingen in barokstijl. Zo is er in het gewelf een fresco met de geschiedenis van Jan Nepomuk.

    Jan Nepomuk was geestelijke aan het hof van Koning Wenceslas in Praag (1378-1400). Hij nam regelmatig koningin Sofie de biecht af, toen ze gevangen was gezet wegens al te religieuze ambities. Nepomuk weigerde aan Wenceslas te vertellen wat zijn vrouw had gebiecht. Dat zinde Wenceslas niet en hij liet Jan van Nepomuk geboeid van de Karelsbrug in Praag gooien (20 maart 1393). Nepomuk verdronk. Een standbeeld op de Karelsbrug toont Nepomuk daarom met een vinger op de lippen (biechtgeheim). Er doen allerlei legendes over zijn dood de ronde. Hij is later alsnog in de St. Vituskathedraal in Praag bijgezet. Hij wordt nog steeds al martelaar geëerd.

    In de loop van de 20e eeuw werd de kerk hopeloos verwaarloosd. Zo diende hij een tijdje als paardenstal en als brandweerkazerne.
    De kerk is kortgeleden helemaal gerestaureerd met bijzonder oog voor de details van alle barokke afbeeldingen. Een juweeltje van late barok-kunst.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  14. 13) De Stenen Fontein

    U vindt de Stenen Fontein op het Rejskovo Námesti (Rejsek Plein). Dit plein ligt aan de hoofdstraat (Husova), iets boven de kerk van Jan van Nepomuk. De fontein vormt het middelpunt van een plein, dat vroeger werd gebruikt als korenmarkt en wordt omgeven door de gotische gevels van patriciërshuizen.

    De Stenen Fontein is een prachtig voorbeeld van laat-gotisch ontwerp. De groeiende welvaart en het sociale aanzien van de zakenlieden van Kutná Hora in de 15e eeuw werd vooral tot uitdrukking gebracht in extravagante bouwprojecten, zowel door particulieren als door de stad.
    De fontein werd gevoed met uitstekend drinkwater via een ingenieus systeem van houten leidingen, dat de fontein verbond met een bron net buiten de stad. Van hieruit werd het water via leidingen verder geleid naar andere fonteinen of direct naar de huizen van rijkere burgers.

    De fontein was gehouwen uit plaatselijke zandsteen. De 12-zijdige prisma-vormige structuur is vroeger waarschijnlijk overdekt geweest met een hoog dak, te oordelen naar de druipstenen langs de bovenkant. Naast de rijk versierde voetstukjes, de siertorentjes en de kroonlijsten (friezen), moeten we ons ook voorstellen dat de fontein in de middeleeuwen verfraaid was met een aantal beelden. De man, die verantwoordelijk was voor de transformatie van een eenvoudig waterbassin tot een kostbaar kunstwerk, was de Praagse meester-metselaar Matyáš Rejsek, die sinds 1489 werkzaam was aan de St. Barbara kathedraal. Uitgehouwen in de steen kunt u de datum zien, waarop de fontein werd voltooid: 1495.
    Overigens, de binnenruimte van de fontein is nu helemaal leeg.

    Direct tegenover de stenen fontein staat een gebouw met een voor Kutna Hora bijzondere achitectuur: Het Ridderhuis.
    Dit was een herenhuis, dat in 1824 is gereconstrueerd in een classicistische stijl. Nu is het een pensionaat met als voornaamste bewoners leerlingen van de hotelschool in Kutná Hora.
    Op de gevel prijkt een afbeelding van 2 ridders. Uit de koppen blijkt aardig hoe de kunstenaar dacht over de intelligentie van deze middeleeuwse soldaten.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  15. 14) Het Tyl Huis

    Dit oorspronkelijk gotische gebouw is vernoemd naar Josef Kajetán Tyl, de 19e-eeuwse schrijver, dramaturg en auteur van het nationale Tsjechische volkslied. Hij werd hier geboren op 4 februari 1808. Het huis dat u vandaag ziet, dateert echter van na de grote brand van 1823. Het gebeeldhouwde portret van de schrijver, dat u in de gevel ziet, werd in 1862 toegevoegd.
    Binnen kunt u een expositie zien die gewijd is aan het leven en werken van J.K. Tyl, en van de leidende persoonlijkheden van de Nationale Tsjechische Wedergeboorte-beweging.

    Helaas heb ik nu alleen een detailfoto beschikbaar, die ik heb geleend van het forum.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  16. 15) De Onze-Vrouwe-van-de-Vegerskerk

    Deze kerk werd gebouwd rond 1370 bij de oude zilvermarkt. De legende zegt, dat de kerk op een wat ongewone manier werd gefinancierd: Door het opvegen en verzamelen van de afval van het kostbare zilver(erts), dat tijdens de handel op de grond werd gemorst.
    Wat het meest opvalt aan de kerk is, dat het schip door rijen ijle pilaren in 3 beuken wordt verdeeld. Dat was een ruimtelijk concept, dat door sommige laat-gotische architecten werd toegepast om een gevoel van het mystieke en bovenwereldse te scheppen, hoewel dat in Bohemen niet algemeen werd gewaardeerd. Sommige critici maakten tegen de hoogte van de beuken al bezwaren voordat de kerk was afgebouwd. De rijkelijk versierde friezen op de ribben en knooppunten van het gebogen dak van het koor vormen een bijzonder en ongebruikelijk element.
    De toren werd na een brand in 1490 toegevoegd. Eenvoudig van ontwerp werd hij later tijdens de 30-jarige oorlog versierd met de wapens van de stad en de Tsjechische gilden.

    Peter Brandl, de grote Tsjechische barokschilder, werd in 1735 in het schip van de kerk begraven.

    In de periode van 1996-2006 werd de kerk gerestaureerd.Vandaar de steigers op de 1e foto. De laatste foto is van het begin van de restauratie.
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  17. 19) Sedlec, het Ossuarium (de Knekelkapel) - De Kerkhofkapel van Alle Heiligen

    De buitenkant.

    Het opmerkelijke en op het eerste gezicht macabere ossuarium (dat betekent knekelhuis) trekt een groot en nog steeds groeiend aantal bezoekers naar Kutná Hora.
    Voor u de kapel binnengaat, is het goed te bedenken dat de voorwerpen die u gaat zien, niet bedoeld waren als verheerlijking van de sterfelijkheid op zich. In de wereldbeschouwing van de middeleeuwse christenen gold de dood als de bekroning van het aardse leven.

    De originele kapel op deze plek bestond uit 2 schepen, die gebouwd waren boven een ondergronds gewelf. De kapel dateert uit de tijd van de grote ontwikkelingen in de mijnbouw, geïnitieerd door koning Wenceslas IV. Hij had de bedoeling dit een kapel voor het Italiaanse Hof te laten zijn. In het begin van de 18e eeuw is de kapel grondig gerenoveerd naar de barokke stijl door Jan Blazej Santini.

    De overlevering zegt, dat Abt Hendrik van Sedlec in 1278 door koning Otakar II op een missie naar Jeruzalem werd gestuurd. Hij keerde terug met een handvol aarde van Golgotha en strooide die uit bij de kapel op de begraafplaats van het klooster, die daarna bekend werd als “Heilig Land”. Spoedig daarna werden er mensen van ver weg uit Polen, Beieren en zelfs België hier begraven. Ontelbare slachtoffers van de pest werden ook in Sedlec ter ruste gelegd, alleen al 30.000 tijdens de grote pestepidemie van 1318, volgens een bepaalde kroniek. De oorlogen van de reformatie deden het aantal graven groeien. In 1421 staken de Hussieten het Cisterciënzer klooster er vlakbij in brand en vermoordden de 500 monniken ervan. Het gebied rondom Kutná Hora was ook de plaats voor vele veldslagen tijdens de Hussitische oorlogen, waarvan de slag bij Malešov in 1424 de bloedigste was. De eindeloze reeksen van doden kwamen ook tot uitdrukking in de omvang van het kerkhof, dat in die dagen 3,5 hectare groot was.
    Na de Hussitische oorlogen werd het kerkhof langzamerhand teruggebracht naar een beter beheersbare omvang.
    Duizenden opgegraven beenderen werden opgeslagen aan de buitenkant van de kapel en later overgebracht naar het gewelf eronder.
    Daar heeft, in 1511, een half blinde monnik ze opgestapeld tot 4 piramides in de vorm van een klok.

    De binnenkant.

    1. De ingang.
    De inscriptie “IHS” bij de ingang, in Latijnse en Griekse letters, staat voor “Jesus Hominum Salvator” – “Jesus Verlosser van de Mensheid”.
    Al de beenderen, die zijn gebruikt in de kunstwerken, zijn van mensen. Op de trap ziet u 2 miskelken en een kruis. Onderaan de trap aan de rechterkant heeft de kunstenaar, een houtsnijder en beeldhouwer, die Frantisek Rint heette, zijn werk gesigneerd en gedateerd, ook in beenderen: “1870 – F. Rint uit Ceska Skalice”. Als u soms bang zou zijn hier een of andere dodelijke besmetting op te lopen, dat is niet nodig. Alle beenderen zijn grondig gedesinfecteerd voor gebruik!

    2. Het gewelf.
    De grote piramides van beenderen, die u in de hoeken van de ruimte ziet, zijn gemaakt door de beenderen op te stapelen rondom houten frames. Ze zijn verder op geen enkele wijze vastgemaakt.
    De ontelbare menselijke beenderen vertegenwoordigen de scharen mensen, die voor de troon van God staan. In de dood zijn we allen gelijk. Onze verlossing door Christus – door zijn geboorte, kruisiging en wederopstanding – betekent dat we uiteindelijk allemaal weer zullen opstaan uit de dood. Dan, in het volgende leven, zullen de gerechtigen in het Koninkrijk der Hemelen worden beloond, hier gesymboliseerd door de twee houten kronen.

    De kroonluchter, die in het midden van de kapel hangt, bevat alle beenderen van het menselijke lichaam. Onder de kroonluchter is de ingang naar de graftombe van 15 prominente burgers van Kutná Hora. De sierlijke kandelaar bij de hoek van de graftombe dateert uit de barokke periode.

    Andere vermeldenswaardige dingen zijn de monstrans (een houder voor de hostie) in zijn nis in het altaar en het wapen van de familie Schwarzenberg, dat tegen de gazen wand links te zien is. In het vlak rechtsonder in dit wapen pikt een raaf de ogen van een Turk uit – een gruwelijke herinnering aan de inname van de Ottomaanse versterking Ruba door Schwarzenberg in 1598. In de verlichte uitstallingen kunt u de schedels zien van soldaten, die in de Hussitische oorlogen werden gedood.

    De letter R, gevormd door beenderen op de pilaar naast de piramide aan de rechterkant in de verste hoek, verwijst naar 3 mensen, die nauw verbonden zijn met het ossuarium: Reimen, (butler van de Schwarzenbergers, die de herbouw van deze kapel financierden), Rajsky (die feitlijk de herbouw uitvoerde) en Rint (die de beenderen arrangeerde).

    De schatting is, dat in het ossuarium van Kutná Hora de beenderen liggen van ca. 40.000 mensen. Toch is wat u ziet niet zomaar de ziekelijke obsessie van een monnik: Het is een tijdloze herinnering aan de onontkoombaarheid van de dood en de glorie van de eeuwigheid. God gebood de mensheid zich te houden aan 2 contracten: Een met Hemzelf en een met onze medemens. Of we ons wel of niet aan deze contracten hebben gehouden, zal worden beoordeeld aan het eind van dit aardse leven.

    Ik heb aan dit deel van mijn verhaal maar enkele eigen foto’s toegevoegd, en enkele heb ik geleend van het forum.Er staan heel veel foto’s op het forum in de rubriek Kutná Hora.
    Bij de foto's:
    1. De kapel op het kerkhof
    2. De toegang met het symbool van de dood
    3. Een beeldhouwwerkje boven de ingang
    4 De kroonluchter met daarin verwerkt alle beenderen van het menselijk lichaam (z\ie forum)
    5 De kroonluchter van onderaf gefotografeerd (zie forum)
    6 Het wapen van Schwarzenberger, waar een vogel een Turk de ogen uitvreet. (zie forum)
    7 Het binnenste van de klokvormige stapels beenderen (zie forum)
     

    Bijgevoegde bestanden:

    Baan vindt dit leuk.
  18. 20) De Kerk van de Hemelvaart van Onze Vrouwe

    Tussen 1290 en 1330 – tijdens het hoogtepunt van de broederschap van Sedlec – liet Abt Heidenreich een nieuwe kloosterkerk bouwen, de Kerk van de Hemelvaart van Onze Vrouwe. Het is het grootste en meest ambitieuze gebouw uit die periode, dat nog bestaat in Bohemen. Ontworpen in de stijl van de noordfranse kathedralen in de vorm van een Romaans kruis, heeft het een 50 meter lang 5-beukig hoofdschip en 3-beukige zijschepen. Het veelhoekige koor is omgeven met een ring van kapellen.

    De legende zegt, dat toen de abdij in 1421 werd veroverd door de Hussieten, hun leider Jan Žižka beval, dat het gebouw niet vernietigd mocht worden. Helaas negeerde een van de Hussitische soldaten zijn bevel en stak de kerk in brand. Žižka was woedend, maar in plaats van zijn woede openlijk te uiten beloofde hij slim een beloning aan de dader: Wie ook de kerk in brand heeft gestoken, zei hij, moet genoeg zilver worden gegeven voor de rest van zijn leven. En natuurlijk kwam de brandstichter snel naar voren om zich te laten belonen voor zijn heroïsche daad. Hij werd onmiddellijk gegrepen en vastgebonden en toen, op bevel van Žižka, tot aan zijn nek in gesmolten zilver ondergedompeld – wat inderdaad genoeg zilver was voor de rest van zijn leven.

    Het duurde jaren voordat de kerk werd herbouwd. Tenslotte, tegen het eind van de 17e eeuw kwam de grote Tsjechische architect Jan Blažen Santini met een opmerkelijk ontwerp, dat gotische en barokke elementen combineerde op een geheel nieuwe manier. Het resultaat, bekend als Barokke Gotiek, is een harmonische mengeling van de twee stijlen, die uniek is in Europa. De binnenkant van de kerk werd gedecoreerd door de leidende schilders van die tijd: Leopold Willman, Jan Kryštof Liška en vooral Peter Brandl.

    Deze kathedraal staat maar een paar honderd meter verwijderd van de kostnice (het ossuarium) in Sedlec, aan de weg van Kutná Hora richting Pardubice.
     
    Baan vindt dit leuk.
  19. 21) De Abdij van Sedlec

    Dit was het eerste Cisterciënzer klooster in Bohemen, gesticht in 1142 door Miroslav van Markvartice op uitnodiging van Bisschop Jindřich Zdík van Olomouc aan de Cisterciënzische broederschap uit Waldsassen in Beieren.
    De Orde van Cisterciënzers ontstond aan het einde van de 11e eeuw als een hervormingsbeweging, die zich meer richtte op eenvoud en bescheidenheid dan op de opvallende opzichtigheid, die andere ordes ten toon spreidden.
    Aan het begin van de 14e eeuw was de Abdij van Sedlec een van de belangrijkste religieuze ordes van Bohemen geworden. Zeer grote winsten uit de zilvermijnen stelden hen in staat aan een ambitieus bouwprogramma te beginnen, waarvan de resultaten vandaag nog te zien zijn. Maar rond 1333 waren de hoogtijdagen voorbij. Na bijna een eeuw van economische crisis, veroorzaakt steeds verder oplopende koninklijke belastingen en volstrekt verkeerd management werd de abdij geplunderd en in brand gestoken door Hussitische troepen in 1421. Tientallen jaren werd hij verwaarloosd. Tegen het eind van de 15e eeuw begonnen de monniken terug te keren, maar het zou nog 200 jaar duren voordat Abt Jindřich Snopek opdracht gaf eerst de Kerk van de Hemelvaart van Onze Vrouwe te herbouwen en daarna het hele complex.

    Maar de nieuwe welvaart duurde nog geen honderd jaar. In 1783 ontbond Keizer Jozef II de Cisterciënzer abdij; de 17 monniken werden overgebracht naar andere kloosters en de kerk werd niet langer als heilig beschouwd en tijdelijk als graanpakhuis gebruikt. Terwijl er een nieuw dorp vlakbij werd gebouwd raakte de wijdverspreide grootsheid van het abdijcomplex steeds meer in de vergetelheid. De 13e eeuwse kerk van St. Philip en St. James werd gereduceerd tot een paar hoopjes metselwerk en de bezittingen van de abdij verdwenen zonder een spoor. Het laatste hoofdstuk van de geschiedenis van Sedlec begon in 1812, toen een tabaksfabrikant uit het dichtbijgelegen Golčuv Jeníkov zijn zaak overbracht naar de verlaten abdij. Vandaag is het het Tsjechische hoofdkwartier van een grote internationale sigarettenfabrikant (Philip Morris).
    Ondanks de vele moderne toevoegingen vormen de kathedraal van Sedlec en de omgeving een bijzonder architectonisch complex, dat de opname ervan -naast Kutná Hora zelf- in de Werelderfgoed lijst van UNESCO volledig rechtvaardigt.

    De abdij van Sedlec ligt naast de kathedraal van de Hemelvaart van Onze Vrouwe, slechts een paar honderd meter verwijderd van de kostnice van Sedlec, aan de weg van Kutná Hora naar Pardubice.
    In de abdij is een prachtige verzameling van wandschilderingen te zien.
    Ik heb helaas nu geen foto's van de abdij en er ook geen gevonden op internet, die vrij voor publicatie zijn.
    Ik zal later foto's toe te voegen.
     
    Baan vindt dit leuk.
Topicstatus:
Dit topic is gesloten voor reacties.

Deel deze pagina