|
|
![]() |
||||||
|
|
Onderwerp-opties | In onderwerp zoeken | Weergave |
|
|
#21 |
|
Actief Lid
Lid sinds: jan 2003
Nationaliteit:
Berichten: 459
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
De eerste naoorlogse verkiezingen van 1946 waeren echte vrije verkiezingen;
De gevluchte Edward Beneš werd de eerste naoorlogse president van het opnieuw herenigde Tsjecho-Slowakije. In 1946 werden er echte vrije verkiezingen gehouden die met glans gewonnen werden door de Communistische Partij. Premier van een coalitieregering van socialisten, communisten en sociaal-democraten werd Klement Gottwald. De communisten probeerden hun denkbeelden echter zozeer door te drukken dat in 1948 een aantal niet-communistische ministers aftraden. Ze hoopten hiermee een regeringscrisis te veroorzaken om daarna algemene verkiezingen te kunnen houden. Dit gebeurde echter niet, integendeel, de communisten waren veel te machtig en kregen bovendien steun van de machtige Sovjet-Unie. Beneš boog voor zoveel druk en accepteerde het vertrek van de niet-communistische ministers. Gottwald en zijn communisten hadden nu alle totalitaire macht in handen en na de dood van Beneš werd Gottwald zelfs president van de republiek. Zoals gebruikelijk in het stalinistische tijdperk werden tegenstanders van het nieuwe bewind uitgeschakeld ( zelfs executies) en vonden er zuiveringen binnen de partij plaats. In 1953 stierf Stalin en werd opgevolgd door de wat gematigder Chroesjtsjov, die het proces van destalinisatie inzette. Gottwald stierf kort na Stalin en werd opgevolgd door de hardliner Novotny. |
|
|
|
|
|
#22 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
De klassieke vraag luidt: was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Ik keer het om: Wat was er fout aan het regime onder Masaryk-Benes? OK, er was ongenoegen bij de Slovaken, Sudetenduitsers, Polen, Hongaren, Roethenen, en er was Tsjechische dominantie.Logica eigenlijk: de meerderheid, de sterkste partij, de grootste volksgroep beheerst het politieke forum Het behoort inderdaad tot de curiosa van de politieke verhoudingen in Europa dat slechts één land telt, nl. België waar de meerderheid zich stelselmatig laat verdrukken door de minderheid. Maar laten we dit even terzijde. Op het vooroorlogse beleid van het duo Masaryk-Benes valt weinig af te dingen. Ver buiten de landsgrenzen werd Tsjechoslovakije geprezen als een democratisch, en goed functionerend land met sociale en economische welvaart. Een eiland tussen de dictatoriale stelsels in de buurlanden. Ook na de oorlog bleef Benes democratisch verder besturen. Bij de eerste vrij verkiezingen van 27 mei 1946 behaalden de communisten 38 procent van de stemmen, en samen met de socialisten van Fierlinger op 54 procent, en zo werd de communist Gottwald minister-president, een communist minister van Binnenlandse Zaken, en daarmee de politie een instrument van de communistische partij. Weliswaar koos de wetgevende vergadering op 19 juli 1946 Benes tot staatspresident, maar hij was niet meer bij machte om het roer om te gooien. Moskou steunde de communisten, ook logisch, en het Westen, Engeland, Frankrijk, België, Luxemburg, en Nederland met de Amerikanen op kop besloten tot een mildere behandeling van de Duitsers en via het Marshall-plan werd West-Europa economisch heropgebouwd, waarin Duitsland een belangrijke plaats kreeg toegemeten. Benes- en de meeste Tsjechen met hem raakten in paniek- zijn hadden de uitdrijving van de Sudetenduitsers met de grootste meedogenloosheid doorgevoerd. Niet alleen Stalin maar ook de geallieerden hadden deze uitdrijving goedgekeurd, maar alleen Moskou werd in de oog van de Tsjechen in staat geacht om hen te beschermen tegen de wraak der door de geallieerden herbewapende Duitsers. De andere volksrepublieken waren door de DDR en Joegoslavië afgeschermd, maar Tsjechoslovakije grensde direct aan het NATO-front. De Tsjechische vakbond met meer dan twee miljoen leden dreigde met een algemene staking indien niet onmiddelijk alle vijanden van de Russen uit de regering verwijderd zouden worden, en bovendien moest een wet aangenomen worden waardoor alle bedrijven met 50 arbeiders en bedienden zouden genationaliseerd worden. Een door de vakbonden gesteunde eenheidslijst van socialisten en communisten behaalde 94 procent van de stemmen bij de verkiezingen van 1948, en zo moest Benes aftreden, en werd de grondwet van 1920 door een nieuwe vervangen. Tsjechoslovakije werd een volksrepubliek.Evenals in Joegoslavië heeft Tsjechoslovakije nooit een Russisch bezettingsregime gekend, en ook na 1948 ging het land onder het communistisch bewind niet slecht. Reeds in het Habsburgse Rijk was de sociale structuur gezond, in Bohemen-Moravië woonde een brede laag van middenstanders en door flexibiliteit, ijver, intelligentie en soberheid van de welstand er veel groter dan in de omringende landen. Een goed geschoold proletariaat, een praktisch ongeschonden gebleven infrastructuur, en productiemiddelen viel in 1948 in handen van de communisten. Tsjechoslovakije was de rijkste satteliet van Moskou omdat het reeds het economisch zwaartepunt vormde van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en tot de rijkste industriegebieden van Europa behoorde onder Masaryk. Aan de economische structuur hebben de communisten weinig veranderd. De Skoda-fabriek werd Leninfabriek, Zlin werd Gottwaldov, en de grootste schoenfabriek ter wereld Bata werd omgedoopt tot SVIT, de Batawinkels kregen de enseigne OKG - oboer-Koeze-goema (schoenen, leder en rubber), de brouwerijen, en de hoppeteelt floreerde als voorheen, maar aan de onovertroffen Tsjechische werkmethoden werd niet getornd. Tsjechoslovaken hebben steeds beter dan al hun Oostblok-collega's motivatie en werklust en prestatiedrang weten te combineren, en hielden ook rekening met de wensen van de verbruikers en leverden daardoor steeds kwaliteit af. Reeds in 1938 waren in Tsjechoslovakije meer mensen in de industrie werkzaam dan in Duitsland. 49 procent van de totale bevolking tegenover 39 procent in Duitsland, en 32 procent in Oostenrijk. Ook had Tsjechoslovakije toen per hoofd van de bevolking een vier maal zo hoog exportkontigent als Duitsland. Deze verhoudingen konden ondanks de uitdrijving van de actieve Sudetenduitse bevolking onder het communisme nog verbeterd worden. |
|
|
|
|
|
#23 |
|
Actief Lid
Lid sinds: jan 2003
Nationaliteit:
Berichten: 459
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Hier word ik echt stil van en diegene die me kennen weten dat dit zelden gebeurt.
Wat een knappe en goed doordachte analyse en synthese van de Tsjechische geschiedenis en ook nog gesterkt ddor alle exakte historische feiten. Goed zeg. Bedankt |
|
|
|
|
|
#24 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
En nu nog eens de analyse maken, waarom, hoe, en wanneer het fout is gelopen met de communisten, en dat brengt ons ongetwijfeld in de periode eind '68, en zo kan Stijn rustig verder bouwen aan zijn algemeen overzicht over het reilen en zeilen van de politiek in Tsjechië.Door zijn historische kennis, en zijn dagdagelijkse ervaringen heeft hij daar beter dan wie ook een uitstekend zicht op. Ik geloof al lang niet meer in wetenschappers die vanuit hun ivoren torens waarheden en halve leugens dikteren.
|
|
|
|
#25 |
|
Volwaardig Lid
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
dat alles slecht was is cker niet waar. Als jij kijkt naar bijvoorbeeld de Roma bevolking. Die hadden het toen beduidend beter.
|
|
|
|
|
|
#26 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Dat heb ik trouwens niet beweerd. Ik heb het onderwerp zelfs niet aangesneden. Toch wel interessant om na te gaan hoe communisten omgingen met minderheden. Het probleem met de Roma is dat je dat anders moet benaderen, dan bv. volkeren die streven naar een eigen natie, of naar meer autonomie. Elk democratisch land, en daar hoort Tsjechië zeker bij, erkent het bestaan van minderheden binnen zijn grenzen, en sommige landen gaan erg ver in het toekennen van faciliteiten aan deze volksgemeenschappen, zie bv. het Fries onderwijs in Nederland, de taalfaciliteiten voor minderheden in België, de Sorben in Duitsland, de Bretoenen en de Vlamingen in Frankrijk. Met de Roma ligt dat iets anders. Is dat een nationaliteit? Willen zij integreren in het land waar ze wonen? Vragen, vragen, allemaal vragen. Misschien zijn dat leuke dingen voor de mensen, die voor uw vraagstuk een oplossing willen zoeken. Milou, kijk maar uit, straks toveren Ralph, Jacques of Stijn wel een pasklaar antwoord uit de mouw.
|
|
|
|
#27 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Na de Sovjetinval van augustus '68, en op de weg terug naar het stalinisme in de politiek en het centralisme in de economie had de Tsjechoslovaakse partijleider Gustav Husak, die Alexander Dubcek verdrong, geen oren naar het waarschijnlijk belangrijkste onderdeel van het aktieprogramma van de hervormers: het zelfbestuur van de fabrieken door zogenaamde arbeidersraden.Het federale luik van de hervormingsplannen bleef wel overeind, en daar zal wellicht zijn Slovaakse afkomst een rol hebben gespeeld. Hoewel het in de Westerse pers vaak anders werd en nog steeds wordt voorgesteld was De Praagse Lente vooral een sociale beweging.
De confrontatie tussen hervormingsgezinden en conservatieven leidde begin 1968 tot de brede volksbeweging die de politieke theorieenstrijd aanvulde. Dat het om een wijdse volksbeweging ging werd inderdaad niet geillustreerd door traditionele uiterlijke feiten, meer princiepsverklaringen en petities dan institutionele hervormingen, maar dat kon even goed toegeschreven worden aan enerzijds het verzet van de voorstanders van het oude systeem en anderzijds aan het beperkte tijdsbestek tussen het aantreden van de Dubcek-leiding en de militaire bezetting. Hoe dan ook, de hervormingen die zouden zijn doorgevoerd zonder militaire bezetting, zouden het resultaat geweest zijn van een breed en open overleg tussen alle maatschappelijke groepen. In het begin van het debat tussen de technokraten en de politici was er van een brede volksbeweging weinig sprake. De werknemers waren gewoon een licht groeiend inkomen en volledige werkzekerheid te ontvangen in ruil voor afstand van beheer en verantwoordelijkheid. De bevolking reageerde aanvankelijk erg onverschillig, zelfs argwanend tgo de hervorming van het economisch systeem. Maar uiteindelijk haalden de democratische prikkels die in de lente van '68 door de hervormers werden uitgespeeld het bij de werkende klasse.Die toonde zich dan ook snel aktief in het uitoefenen van nieuwe rechten, zoals stakingsrecht, looneisen, en controle op bedrijfs-en andere overheden. De vakbonden kregen op korte tijd hun oude betekenis terug met betrekking tot lonen, werkomstandigheden, arbeidsritme, werkgelegenheid en andere. Dat betekende dat de bevolking de concurrentiemaatschappij van de nieuwe strekking aanvaardde, en dat de vernieuwers het vakbondssysteem erkenden als verdedigingsinstrument voor de arbeiders en als stimulerend element in de economische ontwikkeling. Die sociale dialektiek was het fundamentele aspekt bij uitstek van een sociaal-democratische partij.Voor de hervormers was het niet de staat, maar de producenten, verenigd in raden, die het recht op gemeenschapsbezit van de produktiemiddelen zou uitvoeren. De staat zou dan niet langer meer kunnen in naam van het volk maar in het voordeel van de bureaucratie.De vakbonden vulden dit standpunt aan door de macht van de produktieraden te beperken en te verhinderen dat loonmotieven zouden meespelen in het verkiezen van ondernemers en dat korporatieve tendensen de bovenhand zouden halen. De voorstellen hadden de bedoeling een solide positie te verzekeren voor de technisch-administratieve directie van de ondernemingen en er voor te zorgen dat de zeer brede sociale belangengroepen in de raden hun zeg hadden. De kiezers van de weinige bedrijfsraden die in juli 1968 spontaan werden verkozen hadden deze orientaties bevestigd door hun voorkeur uit te spreken voor de toenmalige leden van de technisch administratieve directies van hun bedrijven. Deze sociale verwezenlijkingen en het algemeen optimisme onder de bevolking werd op 21 augustus 1968 in bloed gesmoord. Soldaten van de DDR, Polen, Hongarije, Bulgarije en de Sovjetunie vielen Tsjechoslovakije binnen en bezetten het land. Dubcek en de hervormingsgezinden werden afgezet, en vervangen door Gustav Husak, die samen met de Russen orde op zaken stelde. Hij was verantwoordelijk voor wat later de 'normalisatie' is gaan heten: de zuivering van honderdduizenden symphatisanten van de Praagse Lente, en nog eens honderdduizenden kritische geesten in de maatschappij. Meer mensen dan ooit, naar schatting 200.000 tot 300.000 Tsjechen en Slovaken namen de vlucht naar het Westen. Hoewel ik met deze stelling wellicht hevige reacties mag verwachten uit communistische hoek, en dat is de bedoeling in een debat, wil ik nog even dit kwijt. Per slot van rekening waren Dubcek en de hervormers geen Westerse trawanten, en de Praagse Lente geen uitvinding van Westers georienteerde ideologen, maar de voorzetting van de ideeen van Karl Marx, die deze vorm van zelfbeheer van de fabrieken reeds ontwikkelde in zijn meesterwerk DAS KAPITAL. In de toekomtige samenleving, en ik schrijf het haast letterlijk over, zouden volgens hem, de directe producenten, lees de arbeiders zelf in vrije samenwerking moeten beslissen over productie en verdeling. Dit systeem werd voor het eerst toegepast in de jaren vijftig in Joegoslavie op initiatief van de toenmalige vice-president Milovan Djilas. Ondanks de alles omvattende macht van de geheime politie en de bureaucratie, ondanks het dogmatische politieke beleid dat iedere decentralisatie in de weg stond, zijn deze arbeidersraden in Joegoslavie een overtuigend succes geworden, en kon Tito de ongebonden partner blijven zowel van Oost als West. De mythe dat Dubcek de uitvinder was van een nieuwe politieke cultuur wordt hiermee doorprikt.Veleer harkte hij een aantal theorieen bijeen, en het blijft natuurlijk een open vraag, had Stalin het werk van Lenin verder gezet, dan waren de communisten wellicht ook op die kar gesprongen. Vanuit het Westen hoefde Dubcek op geen hulp te rekenen. Daarenboven viel de Praagse Lente samen met het begin van de politiek van ontspanning die door Oost en West werd nagestreefd. En de Amerikanen stonden, wegens de oorlog in Vietnam, moreel niet in de juiste schoenen om de Sovjet-interventie op de korrel te nemen, laat staan om daaruit ten eigen gunste voordeel te puren. Ook in West-Europa veroorzaakte de Praagse Lente geen schokgolf, meer bepaald in ons land vocht rechts zijn eigen taalstrijd uit rond Leuven Vlaams, en links had de handen vol met de anti-Amerikaanse campagne. |
|
|
|
#29 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Als alles te herleiden viel tot slogans, tot wit-zwart verhoudingen dan zou het er inderdaad een stuk makkelijker uit zien. In cowboyfilms zijn er goeden en kwaden. De ideale maatschappij is echter nog niet uitgevonden.Sans rancunes, met 4 op 5 ben ik best tevreden.
|
|
|
|
#30 |
|
Berichten: n/a
|
Re: Was alles slecht onder het communisme in Tsjechie?
Blijkbaar was het centrale gezag van Tsjechoslovakije niet per definitie tegen internationale betrekkingen, zelfs in volle Koude Oorlog, van de onderscheiden republieken. Dit in tegenstelling tot bij ons. Ik stel alleen vast, en misschien delen Jacques en Stijn mijn mening dat het federalisme daar reeeler was dat de meesten in het Westen toen voor mogelijk hielden in een communistische staat. De dualiteit van het land werkte wel degelijk door tot in de hoogste regionen. Wel was het zo dat de partij uiteindelijk het laatste woord had. De KP was wel gefederaliseerd in haar structuren maar het centraal comitee, waar beiden in zetelden, had het laatste woord. Toch speelde men daar erg soepel op in. Bovendien grepen zij het regionale feit aan om op een enigszins onschuldige manier in contact te treden met het Westen.
Opmerkelijk is ook dat er van alle hervormingen van de Praagse Lente slechts één stand hield. Volgens een daar in 1968 vlak na de Dubcek-gebeurtenissen doorgevoerde grondwetsherziening, trad op 1 januari 1969 de nieuwe grondwet in werking die Tsjechoslovakije omvormde tot een federale staat, met elk een eigen regering en een eigen parlement. Daarboven stonden de federale regering en het parlement. Door de nieuwe grondwet werd Tsjechoslovakije opgedeeld in twee deelrepublieken Tsjechië (de benaming Bohemen-Moravië werd ook gebruikt, maar Tsjechen hoorden dit niet graag, omdat het teveel herinnerde aan het nazi-regime) en Slovakije met hun respectievelijke hoofdsteden Praag en Bratislava. Slovakije, de kleinste deelstaat genoot met volle teugen van de voordelige budgettaire verdeelsleutels om de economische inhaalbeweging te realiseren. Er werden grote stadsprojecten uitgevoerd, nieuwere industrieën ontplooid en er werd nauwgezet toegekeken op een 'gelijke behandeling in rechte en in feiten' vis à vis de Tsjechen. Slovakije kon rekenen op een bijzondere bescherming van de Sovjetunie, zeer zeker sedert 1968 toen de politieke rebellie daar minder bleek aan te slaan dan in Tsjechië . Belgische politici haastten zich om het federalistische luik van Husaks' politiek en de communisten te bekritiseren. Volgens hen kon in maatschappij die centraal geleid werd door één partij en waar elke afwijking van de centraal vastgelegde lijn onmiddellijk afgestraft werd, geen sprake zijn van autonomie. Was het waar dat de communistische partij als belangrijkste gezagsorgaan in Tsjechoslovakije, zowel de nationale als de regionale instellingen en regeringen bevoogde, het is even gerechtvaardigd te stellen dat de almachtige CVP-PSC-leiding in die periode, met wisselende en zwakke coalitiepartners in de regering, de touwtjes stevig in handen hield en al evenzeer betuttelend optrad als de Tsjechoslovaakse communistische partij. In dat verband verwijs ik naar het incident tussen eerste minister Tindemans (CVP) en gemeenschapsminister Hugo Schiltz(VU) naar aanleiding van diens bezoek aan Slovakije en Tsjechië in 1985. Na de kritiek op zijn bezoeken aan Catalonië, Québec en de Verenigde Staten bleef Schiltz volharden in de boosheid, en zette zijn pogingen om de rol en de mogelijkheden van de Vlaamse regering ook in het buitenland bekend en erkend te krijgen, gewoon verder. Volgens Tindemans waren Schiltz' politieke- en handelsmissies, zonder meer ongrondwettelijk, en gebeurden zonder zijn medeweten, en dat van Buitenlandse Zaken. Tindemans probeerde de Vlaamse druk in de richting van meer internationale rechtspersoonlijkheid af te remmen, door een beroep te doen op grondwets-jurist prof. Robert Senelle die in de tekst van grondwetsartikel 68 een totale rem zag op iedere uitbraakmogelijkheid van de gemeenschappen of de gewesten. Dit artikel gaat erover dat de koning het leger aanvoert, oorlogen verklaart, en, mits instemming van het parlement, de internationale verdragen sluit. Tindemans macht viel nog meer op, toen koning Boudewijn er in zijn nieuwjaarstoespraak nadrukkelijk op had gewezen dat hij (de nationale uitvoerende macht dus) en niemand anders de enige gesprekspartner op internationaal vlak kon zijn. Gesterkt door de koninklijke rugdekking, en verheugd over Senelle's vondst richtte hij een brief aan alle ambassadeurs met het beleefde doch dringende verzoek, geen hulp meer te bieden, zeker geen financiële, aan missies van communautaire, gewestelijke besturen, ondergeschikt aan de Belgische staat. Bedrukte gezichten bij minister-president Gaston Geens(CVP), en bij het Kommissariaat-Generaal voor Internationale Kulturele Samenwerking, toen geleid door Diane Verstraeten (CVP).die bezweken onder het gewicht van de unitaristen binnen hun eigen partij. Maar Hugo Schiltz wilde niet inbinden. Eerst publiceerde hij een degelijk advocatenstuk waarin hij, het wetboek bij de hand, aantoonde dat Senelle zich juridisch en constitutioneel vergiste. Uit de recente teksten bleek volgens hem wel degelijk dat de Vlaamse Gemeenschap als rechtspersoon volkomen gemachtigd was een internationale rol te spelen. Ook wees hij erop dat Vlaamse (of Waalse) leden van de Executieve geen koninklijke ministers zijn in de zin van artikel 65 van de grondwet. Het staatshoofd kan in hun naam geen handelingen stellen noch verdragen sluiten. Zij zijn immers nevengeschikt maar niet ondergeschikt aan de nationale ministers. Slechts deze laatsten hebben de gebruikelijke constitutionele band met de koning. Vervolgens is Schiltz blijven volharden in zijn pogingen om een algemene Vlaamse buitenlandse strategie uit te tekenen en de Vlaamse Gemeenschap in het buitenland identificeerbaar te maken. Laat dit een voetnoot zijn in de Belgische geschiedenis, het is er één die telt! Pas in 1993 werd Belgie een echte federale staat, uitgerekend in het jaar waarin Tsjechen en Slovaken het federalisme definitief voor bekeken hielden, en de Fluwelen Scheiding zich voltrok. Waar wachten de Belgen eigenlijk op? |
|